Ladder

Van: Muriel Van Peteghem
Aan: Marie Oostakker
Datum: 25 juni 2013 18:29
Onderwerp: mijn droom van vannacht

Vannacht gedroomd dat ik een ladder op moest klimmen. Het was een ladder, ongeveer zo hoog als de Eiffeltoren. Heb je de Eiffeltoren weleens beklommen? Iedere traptrede is een rooster waar je de grond doorheen ziet. Als je een beetje gevoelig bent voor hoogtevrees, dan word je geconfronteerd met angst. Doodsangst. Wat als ik val? Wat als het metaal moe is en het onder bij de volgende stap onder mijn voeten opensplijt? Als Mozes de dode zee.

Eiffeltoren

Wat als ik val? Niets zo erg om te zien hoe hoog je valafstand is. En dat je al van te voren ziet dat je op een ijscokraam te pletter valt. Bijvoorbeeld. Je bovenste wervel in het pistache-ijs en je stuitje in de bak met rum-rozijnen-ijs. Waarschijnlijk ben je op slag dood, maar niet voordat je gespiest wordt door de verzameling knapperige hoorntjes op de toonbank.

In een wolkenkrabber, maakt het niet uit of je op de 7e of de 65e verdieping zit. De muren beschermen je. Het niet-weten (hoe hoog je zit) maakt een wereld van verschil. En natuurlijk dat je zelf de keuze kan maken om bij het raam, op het balkon of het dakterras te gaan staan. Niet doen, als je acrofobie hebt. Je hebt in ieder geval de keuze om je doodsangst niet in de ogen te kijken.

Ik kon het natuurlijk niet laten om op te zoeken wat de symboliek van de ladder in dromen is. De logische verklaring, vermoed ik, is dat je hoger komt op de maatschappelijke ladder. Nou, dat valt wel mee. Ik zit nog steeds waar ik zit. Ik ben nog steeds freelance tekstschrijver en nog steeds romen tussenpersonen een groot deel van mijn uurtarief af. Maar ook stond er: “droom je over een ladder, dan neemt je begrip van jezelf en je omgeving toe.” Aha. Of ik mezelf hierin herken? Natuurlijk. Elke dag neemt mijn begrip over mijzelf en mijn omgeving toe. Elke dag een beetje.

En elke dag neemt mijn begrip over mijn angsten ook toe. Zo weet ik al jaren dat ik als de dood ben om te verdrinken. Vooral in een grote donkere oceaan. En dus de valvrees. En dat ik alleen overblijf op aarde na een nucleaire ramp. Of dat er een mensenhaai via het ontwateringskanaal van de riolering tegen de stroom zwemt, het rooster met zijn snuit wegduwt, en zich verstopt in het lichtblauwe gedeelte op de bodem van het diepe zwembad. Klaar om zijn bloeddorst te laven aan mijn sappige dijen. Het is veelal angst voor angst. Die kan je tegen elkaar wegstrepen. Dan blijft er absurditeit over.